Gilgul – De ontwikkeling van de ziel
Dit artikel is een samenvatting van een open les over Gilgul, gebaseerd op het eerste hoofdstuk van Sjaar HaGilgulim (De Poort van de Zielscycli), waarin Rabbi Chaim Vital de opbouw en ontwikkeling van de ziel beschrijft op basis van de lessen van de Ari (Rabbi Yitzchak Luria).
Veel mensen denken bij Gilgul direct aan reïncarnatie. De vraag die daarbij meestal gesteld wordt is: "Wie was ik in een vorig leven?" Als introductie bespraken we het bekende onderzoek van prof. Ian Stevenson aan de Universiteit van Virginia, waar gedurende tientallen jaren onderzoek werd gedaan naar kinderen die zich ogenschijnlijk gebeurtenissen uit een vorig leven herinnerden. Hoewel deze onderzoeken fascinerende vragen oproepen, richten zij zich vooral op de historische identiteit van de mens: heeft deze persoon eerder geleefd?
De Kabbala kiest echter een fundamenteel andere invalshoek. In Sjaar HaGilgulim staat niet de geschiedenis van de ziel centraal, maar haar ontwikkeling.
De Kabbala kiest echter een fundamenteel andere invalshoek. In Sjaar HaGilgulim staat niet de geschiedenis van de ziel centraal, maar haar ontwikkeling.
|
Rabbi Chaim Vital spreekt nauwelijks over herinneringen aan vorige levens. In plaats daarvan begint hij met de opbouw van de ziel, de verschillende niveaus van bewustzijn en de weg waarlangs de mens zich stap voor stap ontwikkelt. Daarmee wordt Gilgul geen leer over reïncarnatie, maar een leer over de ontvouwing van bewustzijn. De vraag verschuift van "Wie was ik?" naar "Wie kan ik worden?"
Sjaar HaGilgulim (De Poort van de Zielscycli) is bovendien geen boek dat Rabbi Chaim Vital in één keer heeft geschreven. Het bevat de mondelinge lessen van de Ari (Rabbi Yitzchak Luria), die Vital gedurende tientallen jaren heeft opgetekend en uitgewerkt. Na zijn overlijden werden deze geschriften door zijn zoon, Rabbi Shmuel Vital, geordend als de achtste poort van de bekende verzameling Sjmona Sje'arim (De Acht Poorten). Het uitgangspunt van het eerste hoofdstuk is eenvoudig, maar diepgaand: de mens is niet zijn lichaam. Het lichaam is slechts een levoesj (לבוש), een kleding waardoor de ziel zich in deze wereld kan uitdrukken. De werkelijke mens is de ziel, die zich gedurende haar ontwikkeling steeds vollediger openbaart. |
Rabbi Chaim Vital beschrijft vijf niveaus van de ziel: Nefesj, Roeach, Nesjama, Chaja en Jechida. Deze vertegenwoordigen niet vijf afzonderlijke zielen, maar vijf niveaus van bewustzijn. Niemand ontvangt deze niveaus ineens. De ontwikkeling verloopt geleidelijk, wereld na wereld en stap voor stap. De meeste mensen functioneren voornamelijk vanuit Nefesj van de wereld Assiya, het niveau van handelen en de concrete werkelijkheid. Pas wanneer een bepaald niveau voldoende is verfijnd, kan een hoger niveau worden toegevoegd. Er worden geen stappen overgeslagen.
Deze ontwikkeling van de ziel is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de menselijke wil. In eerdere lessen hebben we gezien dat de Kabbala vier fundamentele stadia van verlangen onderscheidt: ontvangen om te ontvangen, geven om te ontvangen, ontvangen om te geven en uiteindelijk geven om te geven. Spirituele groei betekent daarom niet alleen dat ons bewustzijn toeneemt, maar vooral dat de intentie achter ons verlangen verandert. Naarmate de wil verfijnder wordt, ontstaat ook ruimte voor een hoger niveau van de ziel. De ontwikkeling van de ziel en de ontwikkeling van de wil zijn daarmee twee kanten van hetzelfde proces.
Correctie (Tikkoen) betekent dan ook veel meer dan het verbeteren van enkele persoonlijke eigenschappen. De mens leert zich af te stemmen op de structuur van de gehele schepping. Iedere stap in de ontwikkeling vraagt om een diepere verfijning van de intentie waarmee wij handelen. De correctie is daarom altijd zowel persoonlijk als universeel. Zij draagt niet alleen bij aan de groei van het individu, maar ook aan het herstel van het grotere geheel.
Rabbi Chaim Vital legt bovendien uit dat iedere wereld uit vele lagen bestaat. Ook binnen Assiya verloopt de ontwikkeling in kleine stappen. Vooral Nefesj moet zich steeds verder verfijnen, omdat zij zich bevindt in een werkelijkheid die nog sterk beïnvloed wordt door de Kelipot, de krachten die het bewustzijn naar zichzelf toe trekken. Naarmate deze verfijning plaatsvindt, wordt de ziel steeds ontvankelijker voor hogere vormen van bewustzijn.
Een bijzondere gedachte in dit eerste hoofdstuk is dat ieder mens een eigen zielswortel bezit, verbonden met één van de zeven lagere Sefirot. Toch beperkt die wortel de mens niet. Integendeel, Rabbi Chaim Vital schrijft dat ieder mens, wanneer hij zijn handelen en intentie volledig corrigeert, uiteindelijk de geestelijke hoogte van Mozes kan bereiken. Niet omdat iedereen dezelfde ziel heeft, maar omdat iedere ziel de mogelijkheid bezit haar eigen volledige potentieel te realiseren.
Daarmee krijgt Gilgul een heel andere betekenis dan in de populaire voorstelling van reïncarnatie. Het gaat niet om nieuwsgierigheid naar een vorig bestaan, maar om het voortdurend onthullen van datgene wat reeds als potentieel in de ziel aanwezig is. De mens wordt niet in één leven voltooid, maar ontwikkelt zich stap voor stap, zielsniveau na zielsniveau en wereld na wereld, totdat de mogelijkheden van zijn ziel volledig tot uitdrukking zijn gekomen.
Vanuit deze kabbalistische visie beschrijft Gilgul niet een opeenvolging van levens, maar een opeenvolging van ontwikkelingen. Iedere stap vormt de basis voor een volgende stap in bewustzijn.
De centrale vraag is daarom niet: "Wie was ik?", maar: "Hoe kan ik het volle potentieel van mijn ziel onthullen?"
Deze ontwikkeling van de ziel is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de menselijke wil. In eerdere lessen hebben we gezien dat de Kabbala vier fundamentele stadia van verlangen onderscheidt: ontvangen om te ontvangen, geven om te ontvangen, ontvangen om te geven en uiteindelijk geven om te geven. Spirituele groei betekent daarom niet alleen dat ons bewustzijn toeneemt, maar vooral dat de intentie achter ons verlangen verandert. Naarmate de wil verfijnder wordt, ontstaat ook ruimte voor een hoger niveau van de ziel. De ontwikkeling van de ziel en de ontwikkeling van de wil zijn daarmee twee kanten van hetzelfde proces.
Correctie (Tikkoen) betekent dan ook veel meer dan het verbeteren van enkele persoonlijke eigenschappen. De mens leert zich af te stemmen op de structuur van de gehele schepping. Iedere stap in de ontwikkeling vraagt om een diepere verfijning van de intentie waarmee wij handelen. De correctie is daarom altijd zowel persoonlijk als universeel. Zij draagt niet alleen bij aan de groei van het individu, maar ook aan het herstel van het grotere geheel.
Rabbi Chaim Vital legt bovendien uit dat iedere wereld uit vele lagen bestaat. Ook binnen Assiya verloopt de ontwikkeling in kleine stappen. Vooral Nefesj moet zich steeds verder verfijnen, omdat zij zich bevindt in een werkelijkheid die nog sterk beïnvloed wordt door de Kelipot, de krachten die het bewustzijn naar zichzelf toe trekken. Naarmate deze verfijning plaatsvindt, wordt de ziel steeds ontvankelijker voor hogere vormen van bewustzijn.
Een bijzondere gedachte in dit eerste hoofdstuk is dat ieder mens een eigen zielswortel bezit, verbonden met één van de zeven lagere Sefirot. Toch beperkt die wortel de mens niet. Integendeel, Rabbi Chaim Vital schrijft dat ieder mens, wanneer hij zijn handelen en intentie volledig corrigeert, uiteindelijk de geestelijke hoogte van Mozes kan bereiken. Niet omdat iedereen dezelfde ziel heeft, maar omdat iedere ziel de mogelijkheid bezit haar eigen volledige potentieel te realiseren.
Daarmee krijgt Gilgul een heel andere betekenis dan in de populaire voorstelling van reïncarnatie. Het gaat niet om nieuwsgierigheid naar een vorig bestaan, maar om het voortdurend onthullen van datgene wat reeds als potentieel in de ziel aanwezig is. De mens wordt niet in één leven voltooid, maar ontwikkelt zich stap voor stap, zielsniveau na zielsniveau en wereld na wereld, totdat de mogelijkheden van zijn ziel volledig tot uitdrukking zijn gekomen.
Vanuit deze kabbalistische visie beschrijft Gilgul niet een opeenvolging van levens, maar een opeenvolging van ontwikkelingen. Iedere stap vormt de basis voor een volgende stap in bewustzijn.
De centrale vraag is daarom niet: "Wie was ik?", maar: "Hoe kan ik het volle potentieel van mijn ziel onthullen?"